Voor ouderen telt het leefplezier
Heeft u hoofdpijn? Slaapt u slecht? Bent u misselijk? Wie ouderen vanuit een medisch zorgperspectief benadert, vraagt ze voornamelijk waar ze last van hebben. Zorgmedewerkers kunnen ouderen echter ook vragen waar ze blij van worden en waar ze leefplezier aan ontlenen. Dat laatste gebeurt eigenlijk nauwelijks, zegt Joris Slaets, directeur van Leyden Academy en hoogleraar Ouderengeneeskunde. Hij vindt dat hierdoor veel kansen blijven liggen om ouderen die afhankelijk zijn en beperkingen hebben gelukkiger oud te laten worden.
Balans tussen zorg en leefplezier
Volgens Slaets zijn zorgprotocollen vooral gericht op ziekten en beperkingen. In de ouderenzorg wordt dan ook te veel gekeken naar klachten en naar wat mensen niet meer kunnen, terwijl het goed zou zijn als ouderen ook gevraagd zou worden naar leefplezier. Wat heeft u de afgelopen week blij gemaakt en wat kan er worden gedaan om dat te bevorderen? “Op een gegeven moment kun je het rafelige randje van het oud en afhankelijk zijn niet meer behandelen. Wat we wel kunnen doen is meer oog hebben voor wat mensen op dat moment in hun leven zelf graag zouden willen”, zegt hij.
Hij benadrukt dat deze twee invalshoeken om een totaal andere aanpak vragen: een leefplezierplan ziet er anders uit dan een zorgplan. Slaets vindt beide domeinen even belangrijk, legt hij uit, maar hij pleit ervoor dat ze meer met elkaar in balans komen. Er moet dus meer nadruk op leefplezier komen, zeker wanneer er voor iemand vanuit medisch perspectief weinig meer te doen valt.
De kern van het leefplezier zit volgens hem in relaties met andere mensen. Zorgprofessionals zouden een persoonlijke relatie aan moeten gaan met een cliënt en met de mensen die belangrijk voor hem of haar zijn. “Leefplezier is heel persoonlijk, dat kun je niet van buitenaf invullen. Je moet een persoonlijke relatie met iemand aangaan om erachter te komen wat dat plezier voor hem of haar betekent.”
Samen werken aan persoonlijke zorg
Bij het realiseren van het leefplezier is de bijdrage van de naaste omgeving van een cliënt van grote betekenis – zeker als ouderen zelf niet (meer) kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden en wat ze zelf willen en kunnen. Een gesprek over wat relevant is uit het levensverhaal, de gewoonten en verlangens van een cliënt draagt bij aan de relatie en levert waardevolle informatie op voor het persoonlijk leefplezierplan.
Dit geldt bijvoorbeeld voor meneer Creusen, wiens vader in een verpleeghuis woont. Meneer Creusen kan sinds kort zelf in het zorgplan invullen wat belangrijk is voor zijn vader en kan samen met zorgverleners werken in zijn cliëntdossier. “Ik zie dat de zorg een goed beeld heeft van wie mijn vader is”, vertelt hij. Zo heeft zijn moeder de gewoonte van haar man om ‘s avonds voor het slapengaan een beker melk te drinken besproken met de zorgmedewerkers.
Zelf heeft meneer Creusen nog wat informatie toegevoegd bij de levensgeschiedenis van zijn vader en heeft hij zijn hobby’s aangevuld. “De openheid om mee te kunnen kijken in het dossier van mijn vader en zelf informatie toe te kunnen voegen geeft me rust en vertrouwen.”
De moeder van mevrouw Mathijssen woont ook in het verpleeghuis. Zij vindt het fijn om in haar moeders cliëntdossier te zien hoe het met haar gaat en wat ze doet. Hierdoor kan ze daar zelf makkelijker op inspelen en meedenken over de zorg. “Het moet echter nooit in plaats komen van het persoonlijk contact”, benadrukt ze.
Reactie
Beste, Ik had toch nog een vraag, mijn moeder van 93 jaar is 6 weken geleden opgenomen in een verzorgingshuis na een val waarbij zij haar heup had gekneust bij mij thuis, mijn moeder was inwonend zodat zij niet alleen was en wij de zorg die zij nodig had konden bieden. In het begin ging dat vrij goed maar op een gegeven moment was ze het dag en nacht ritme kwijt, teven zag zij personen die er niet waren. Op het moment van opname was het een hoopje ellende. Maar ze knapte met de week op. Nu heb ik een gesprek gehad met de gemeente en een maatschappelijkwerkster dat zij te goed was om in een verzorgingstehuis te wonen en dat zij makkelijk in een appartement kan verblijven. Wij denken dat de omgang met de leeftijdsgenoten daar veel betekend heeft voor het snelle opknappen, ze kan zelfstandig lopen, wel met een rollator maar toch, tevens ziet ze geen schimmen meer. toch gezien haar hoge leeftijd willen zij haar geen indicatie geven voor een zorginstelling, dus ben ik genoodzaakt dat zij weer bij mij komt wonen. Wat kan ik hiermee doen, kunt u mij hierin advies geven. Met vriendelijke groet. John Steegers. Arenberglaan 267 Breda. john.steegers@ziggo.nl
Plaats een opmerking